Lexicon van de lijfrente

Hoofd: persoon die een lijfrente ontvangt of tijdens wiens leven de lijfrente wordt uitbetaald aan een derde.

Indexering: herziening van het bedrag van de rente naargelang de schommelingen van de koopkracht.

Ontbindende voorwaarde: voorwaarde om de verkoop in bepaalde gevallen te kunnen annuleren (vaak als de renteplichtige de rente niet meer betaalt of als deze laatste de kosten van de verkoop niet op zich neemt).

Lijfrentenier: degene die de rente krijgt, aan wie die verschuldigd is. De lijfrente eindigt bij zijn overlijden, ongeacht de oorzaak. Dit leidt tot de beëindiging van de betaling van de rente en van het gebruiksrecht bij een bewoonde lijfrente.

Renteplichtige: degene die instaat voor de betaling. Bij zijn overlijden erven zijn erfgenamen het eigendom en moeten zij de rente dus blijven betalen in zijn plaats. Gewoonlijk wordt in de verkoopovereenkomst voorzien dat de erfgenamen van de koper hoofdelijk en onbeperkt aansprakelijk zijn voor de betaling van de rente.

Recht van gebruik en bewoning: recht om hier levenslang zelf te blijven wonen. Dit is een beperkt vruchtgebruik, in die zin dat de begunstigde zijn familie niet in de woning mag laten wonen en deze ook niet mag verhuren. Dit recht is strikt persoonlijk en eindigt als de begunstigde de woning verlaat of overlijdt.

Blote eigendom: blote eigendom zonder gebruik.

Volledige eigendom: volledige en gehele eigendom zonder eender welke beperking.

Rente: een lijfrente is een rente die periodiek en gegarandeerd voor het leven betaald wordt (dus tot het overlijden van de begunstigde, waardoor dit vergelijkbaar is met een pensioen of bepaalde levenslange pensioenen) en, naargelang het geval, al dan niet gekoppeld is aan het inflatiecijfer. De rente kan afgesloten zijn in het kader van een levensverzekering, een kapitaalgedekte pensioenregeling of verkregen via een vastgoedverkoop op lijfrente.

Boeket: initieel kapitaal gestort door de koper, uiterlijk bij de ondertekening van de authentieke koopakte. Dit bedrag wordt voorgesteld door de lijfrentenier en schommelt tussen een groot percentage van de handelswaarde van het eigendom tot een klein bedrag, soms zelfs nul (dan wordt daar rekening mee gehouden bij de berekening van de rente) De verhouding tussen boeket en rente kan dus vrij bepaald worden door verkoper en koper.

Bewoonde lijfrente: eigendom waarbij de eigenaar het recht behoudt om hier eventueel te blijven wonen. In dit geval geniet de verkoper een recht van vruchtgebruik of een gebruiksrecht en een recht van vruchten (usus en fructus) van een goed dat aan een ander toebehoort.

Vrije lijfrente: eigendom dat vrij is van elk gebruik of bewoning.

Lijfrente-eigendommen

Geen eigendom van dit type